HvJ EU 15 juli 2004, C-37/02, ECLI:EU:C:2004:443

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Gevoegde zaken C‑37/02 en C‑38/02

Di Lenardo Adriano Srl en Dilexport Srl

tegen

Ministero del Commercio con l’Estero

(verzoeken van het Tribunale amministrativo regionale per il Veneto om een prejudiciële beslissing)

„Bananen – Gemeenschappelijke ordening van markten – Verordening (EG) nr. 896/2001 – Gemeenschappelijke regeling voor handel met derde landen – Primaire invoer – Geldigheid – Bescherming van gewettigd vertrouwen – Terugwerkende kracht – Uitvoeringsbevoegdheid”

Samenvatting van het arrest

1. Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Bananen – Invoerregeling – Verordening nr. 404/93 – Marktdeelnemers die zijn toegelaten tot verdeling van tariefcontingenten – Ontbreken van definitie – Delegatie aan Commissie van uitvoeringsbevoegdheid die ruime beoordelingsvrijheid impliceert – Verordening nr. 896/2001 waarin deze marktdeelnemers worden gedefinieerd

(Art. 211 EG; verordening nr. 404/93 van de Raad, art. 18 en 19; verordening nr. 896/2001 van de Commissie, art. 3)

2. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Bescherming van gewettigd vertrouwen – Grenzen – Wijziging van regeling betreffende tariefcontingenten voor invoer van bananen – Beoordelingsvrijheid van instellingen – Aanpassing van regeling aan wijzigingen van economische situatie – Onmogelijkheid om bescherming van gewettigd vertrouwen in te roepen

(Verordening nr. 404/93 van de Raad)

3. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Grondrechten – Vrije uitoefening van beroepsactiviteit – Beperkingen – Verordening nr. 896/2001 betreffende tariefcontingenten voor invoer van bananen – Bepaling die personen die verbonden zijn met traditionele marktdeelnemer, uitsluit van groep van „niet-traditionele marktdeelnemers” – Beperking gerechtvaardigd door algemeen belang – Toelaatbaarheid

(Verordening nr. 404/93 van de Raad; verordeningen van de Commissie nr. 896/2001, art. 6, sub c, en nr. 2454/93, art. 143)

1. Uit het stelsel van het Verdrag, in het kader waarvan artikel 211 EG moet worden gezien, en uit de eisen van de praktijk volgt dat het begrip uitvoering ruim moet worden uitgelegd. Aangezien de Commissie als enige in staat is, de ontwikkeling van de landbouwmarkten voortdurend en oplettend te volgen en de spoedmaatregelen te treffen die de situatie vereist, kan de Raad genoopt zijn, de Commissie in het bijzonder op het gebied van het landbouwbeleid ruime bevoegdheden te verlenen. De grenzen van die bevoegdheden moeten dan met name worden bepaald aan de hand van de algemene hoofddoelen van de betrokken marktordening, waarbij de Commissie bevoegd is, alle maatregelen te treffen die nodig of doelmatig zijn voor de uitvoering van de basisverordening, voorzover zij niet in strijd zijn met de basisverordening of de toepassingsvoorschriften van de Raad.

Met name wat het beheer van de tariefcontingenten voor de invoer van bananen in de Gemeenschap betreft, bevat verordening nr. 404/93 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen, zoals gewijzigd bij verordening nr. 216/2001, waarvan artikel 20 de Commissie de bevoegdheid verleent om uitvoeringsbepalingen vast te stellen, met name ten aanzien van de wijze van beheer van de in artikel 18 van de basisverordening bedoelde tariefcontingenten, geen definitie van de marktdeelnemers die tot de verdeling van de tariefcontingenten zijn toegelaten, waardoor de Commissie zonder twijfel een ruime beoordelingsvrijheid heeft. Een door de Commissie vastgestelde maatregel waardoor een belangrijk deel van de tariefcontingenten gereserveerd blijft voor de marktdeelnemers die het commerciële risico dragen dat is verbonden met de productie of de aankoop bij de producenten en met het vervoer van verse producten, valt dus binnen de beoordelingsvrijheid die aan deze instelling is verleend voor de uitvoering van de basisverordening, aangezien deze maatregel kan bijdragen aan de goede werking van de invoerregeling en de evenwichtige voorziening van de communautaire markt, die de basisverordening beoogt te garanderen, niet kan doorkruisen.

(cf. punten 54‑57, 59)

2. Het vertrouwensbeginsel is weliswaar één van de fundamentele beginselen van de Gemeenschap, doch de marktdeelnemers mogen niet vertrouwen op de handhaving van een bestaande situatie die de gemeenschapsinstellingen in het kader van hun beoordelingsvrijheid kunnen wijzigen. Dit is met name het geval op een gebied als dat van de gemeenschappelijke marktordeningen, waarvan het doel een voortdurende aanpassing aan de wijzigingen van de economische situatie meebrengt.

De bij de invoer van bananen in de Gemeenschap betrokken economische kringen kunnen dus geen gegronde verwachting koesteren, dat de toepasselijke regeling ongewijzigd zal blijven; niet alleen is zij reeds vaak gewijzigd, met name op grond van de door de Gemeenschap in het kader van de Wereldhandelsorganisatie aangegane internationale verplichtingen, zij vereist ook een voortdurende aanpassing aan de veranderende economische situatie, waarbij de gemeenschapsinstellingen over een ruime beoordelingsvrijheid beschikken.

(cf. punten 70‑71)

3. De vrije uitoefening van een beroepsactiviteit maakt, net als het eigendomsrecht, deel uit van de algemene beginselen van gemeenschapsrecht. Deze beginselen hebben echter geen absolute gelding, maar moeten in relatie tot hun maatschappelijke functie worden beschouwd. Bijgevolg kan het recht op vrije beroepsuitoefening, net als de uitoefening van het eigendomsrecht, aan beperkingen worden onderworpen, voorzover deze beperkingen werkelijk beantwoorden aan de doeleinden van algemeen belang die de Gemeenschap nastreeft en, het nagestreefde doel in aanmerking genomen, niet zijn te beschouwen als een onevenredige en onduldbare ingreep waardoor deze rechten in hun kern worden aangetast.

Dat is het geval met artikel 6, sub c, van verordening nr. 896/2001 houdende toepassingsbepalingen van verordening nr. 404/93 ten aanzien van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap, die de vrije beroepsuitoefening beperkt, aangezien zij degenen die met een traditionele marktdeelnemer zijn verbonden in de zin van artikel 143 van verordening nr. 2454/93, geen aanspraak geeft op deelneming aan de tariefcontingenten als niet-traditionele marktdeelnemer. Deze beperking beantwoordt namelijk aan een doel van algemeen belang, namelijk bestrijding van speculatieve en artificiële praktijken bij de afgifte van invoercertificaten en is in verhouding tot dat doel geen onevenredige en onduldbare ingreep die de kern van de vrijheid van beroepsuitoefening aantast.

(cf. punten 82‑85)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 15 juli 2004(1)

„Bananen – Gemeenschappelijke marktordening – Verordening (EG) nr. 896/2001 – Gemeenschappelijke regeling voor de handel met derde landen – Primaire invoer – Geldigheid – Bescherming van het gewettigd vertrouwen – Terugwerkende kracht – Uitvoeringsbevoegdheid”

en

HET HOF (Tweede kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gehoord de mondelinge opmerkingen van Di Lenardo Adriano Srl en de Dilexport Srl, vertegenwoordigd door A. Bozzi, C. Gatti en B. Telchini, en de Commissie, vertegenwoordigd door L. Visaggio als gemachtigde, ter terechtzitting van 20 november 2003,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 januari 2004,

het navolgende

[…]

[…]

[…]

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

Timmermans Puissochet Schintgen

Macken Colneric

De griffier De president van de Tweede kamer

R. Grass C. W. A. Timmermans

1 – Procestaal: Italiaans.