HvJ EU 29 juni 2004, C-110/02, ECLI:EU:C:2004:395
Tekst
Zaak C‑110/02
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Raad van de Europese Unie
„Steun van Portugese regering aan varkenshouders – Steun om terugbetaling van met gemeenschappelijke markt onverenigbaar verklaarde steun mogelijk te maken – Beschikking van Raad waarbij dergelijke steun verenigbaar met gemeenschappelijke markt is verklaard – Onwettigheid – Artikel 88, lid 2, derde alinea, EG”
Samenvatting van het arrest
Steunmaatregelen van de staten – Bevoegdheid van Raad om wegens buitengewone omstandigheden steunmaatregel bij wijze van uitzondering goed te keuren – Voorwaarden voor uitoefening – Voorlegging door betrokken lidstaat aan Raad vooraleer Commissie beschikking geeft waarbij steunmaatregel onverenigbaar met gemeenschappelijke markt wordt verklaard, en beslissing binnen drie maanden – Grens – Blokkering van eerdere beschikking van Commissie
(Art. 87 EG, 88 EG en 89 EG)
Het EG-Verdrag beoogt, door in artikel 88 EG het voortdurende onderzoek van en het toezicht op steunmaatregelen aan de Commissie op te dragen, de eventuele onverenigbaarheid van een steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt te doen vaststellen door middel van een passende procedure, voor de toepassing waarvan deze instelling verantwoordelijk is, onder toezicht van het Gerecht en het Hof. Ingevolge de artikelen 87 EG en 88 EG speelt de Commissie derhalve een centrale rol bij de vaststelling van de eventuele onverenigbaarheid van een steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt.
Gelijk reeds uit de bewoordingen van artikel 88, lid 2, derde alinea, EG volgt, heeft deze bepaling betrekking op een uitzonderlijk en bijzonder geval. Ingevolge deze bepaling kan de Raad, met eenparigheid van stemmen, „op verzoek van een lidstaat” beslissen dat een door die staat genomen of te nemen steunmaatregel „in afwijking van de bepalingen van artikel 87 of van de in artikel 89 bedoelde verordeningen” als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt moet worden beschouwd, „indien buitengewone omstandigheden een dergelijke beslissing rechtvaardigen”.
Aangezien de bevoegdheid die ingevolge artikel 88, lid 2, derde alinea, EG aan de Raad is toegekend, aldus klaarblijkelijk een uitzondering vormt, moet derhalve worden aangenomen dat de preciseringen van artikel 88, lid 2, derde en vierde alinea, volgens welke enerzijds het verzoek van een lidstaat aan de Raad het lopende onderzoek door de Commissie drie maanden schorst, en anderzijds, bij uitblijven van een beslissing van de Raad binnen deze termijn, de Commissie beslist, betekenen dat wanneer genoemde termijn is verstreken, de Raad niet langer bevoegd is om op basis van de derde alinea te beslissen over de betrokken steun. Daardoor wordt vermeden dat tegenstrijdige beslissingen worden gegeven.
Bijgevolg is de Raad, indien de betrokken lidstaat geen verzoek uit hoofde van artikel 88, lid 2, derde alinea, EG tot hem heeft gericht voordat de Commissie de betrokken steunmaatregel onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaart en daarmee de in de eerste alinea van deze bepaling bedoelde procedure afsluit, niet langer gerechtigd om de hem in die derde alinea toegekende uitzonderlijke bevoegdheid uit te oefenen om een dergelijke steunmaatregel verenigbaar te verklaren met de gemeenschappelijke markt.
De Raad kan de werking van een dergelijke beschikking evenmin teniet doen door op basis van deze bepaling verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren een steunmaatregel waarmee de begunstigden van de onwettige steun die de Commissie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt heeft verklaard, een compensatie ontvangen voor de terugbetalingen waartoe zij ter uitvoering van deze beschikking gehouden zijn.
(cf. punten 29‑33, 45)
ARREST VAN HET HOF (voltallige zitting ) 29 juni 2004(1)
„Steunmaatregel van Portugese regering ten behoeve van varkenshouders – Steunmaatregel om terugbetaling mogelijk te maken van met gemeenschappelijke markt onverenigbaar verklaarde steun – Beschikking van Raad waarbij dergelijke steun verenigbaar met gemeenschappelijke markt is verklaard – Onwettigheid – Artikel 88, lid 2, derde alinea, EG”
verzoekster,
tegen
verweerder,
en
HET HOF VAN JUSTITIE (voltallige zitting ),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 december 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (voltallige zitting),
Skouris Jann Timmermans
Rosas Gulmann Puissochet
Cunha Rodrigues La Pergola Schintgen
Macken Colneric
von Bahr Lenaerts
De griffier De president
R. Grass V. Skouris
1 – Procestaal: Frans.