HvJ EU 27 mei 2004, C-285/02, ECLI:EU:C:2004:320

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑285/02

Edeltraud Elsner-Lakeberg

tegen

Land Nordrhein-Westfalen

(verzoek van het Verwaltungsgericht Minden om een prejudiciële beslissing)

„Artikel 141 EG – Richtlijn 75/117/EEG – Nationale regeling volgens welke fulltimeleraren en parttimeleraren zelfde aantal overuren moeten maken om recht op vergoeding te hebben – Indirecte discriminatie van parttimewerkneemsters”

Samenvatting van het arrest

Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Nationale regeling volgens welke fulltimeleraren en parttimeleraren slechts vergoeding voor overuren krijgen wanneer die overuren voor beide categorieën identiek aantal uren overschrijden – Ontoelaatbaarheid – Voorwaarden – Indirecte discriminatie van parttimewerkneemsters

(Art. 141 EG; richtlijn 75/117 van de Raad, art. 1)

Artikel 141 EG en artikel 1 van richtlijn 75/117 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgevingen der lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling volgens welke parttimeleraren – net als fulltimeleraren – geen enkele vergoeding voor overuren krijgen wanneer die overuren niet meer dan drie uur per kalendermaand bedragen, indien een dergelijk verschil in behandeling een veel groter aantal vrouwen dan mannen treft, en niet door een niet aan een bepaalde kunne gebonden doelstelling kan worden gerechtvaardigd of niet noodzakelijk is om de nagestreefde doelstelling te bereiken.

(cf. punt 19 en dictum)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 27 mei 2004(1)

„Artikel 141 EG – Richtlijn 75/117/EEG – Nationale regeling volgens welke fulltimeleraren en parttimeleraren zelfde aantal overuren moeten maken om recht op vergoeding te hebben – Indirecte discriminatie van parttimewerkneemsters”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 oktober 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

Jann La Pergola von Bahr

Silva de Lapuerta Lenaerts

De griffier De president van de Eerste kamer

R. Grass P. Jann

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in