HvJ EU 28 april 2004, C-373/02, ECLI:EU:C:2004:232

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C-373/02

Sakir Öztürk

tegen

Pensionsversicherungsanstalt der Arbeiter

[verzoek van het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) om een prejudiciële beslissing]

„Artikel 9 van Associatieovereenkomst EEG-Turkije – Artikel 3 van besluit nr. 3/80 – Gelijkheidsbeginsel – Artikel 45, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 – Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ouderdomspensioen – Vervroegd pensioen bij werkloosheid – Voorwaarde dat werknemer werkloosheidsuitkering in betrokken lidstaat heeft genoten”

Samenvatting van het arrest

Internationale overeenkomsten – Associatieovereenkomst EEG-Turkije – Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Vervroegd pensioen bij werkloosheid – Nationale wettelijke regeling die recht op uitkering afhankelijk stelt van voorwaarde dat gedurende bepaalde periode voorafgaande aan aanvraag uitkering uit hoofde van nationale werkloosheidsverzekering is genoten – Ontoelaatbaarheid

(Besluit nr. 3/80 van de Associatieraad EEG-Turkije, art. 3, lid 1)

Artikel 3, lid 1, van besluit nr. 3/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten op Turkse werknemers en hun gezinsleden, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de toepassing van een wettelijke regeling van een lidstaat die het recht op vervroegd ouderdomspensioen wegens werkloosheid afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de betrokkene gedurende een bepaalde periode voorafgaande aan de pensioenaanvraag uitsluitend een uitkering uit hoofde van de werkloosheidsverzekering van voornoemde lidstaat heeft genoten.

(cf. punt 68 en dictum)

ARREST VAN HET HOF (grote kamer) 28 april 2004(1)

„Artikel 9 van Associatieovereenkomst EEG-Turkije – Artikel 3 van besluit nr. 3/80 – Beginsel van gelijke behandeling – Artikel 45, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 – Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ouderdomspensioen – Vervroegd pensioen bij werkloosheid – Voorwaarde dat werknemer werkloosheidsuitkering in betrokken lidstaat heeft genoten”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (grote kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 februari 2004,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (grote kamer),

Skouris Jann Timmermans

Gulmann Cunha Rodrigues Puissochet

Schintgen Macken Colneric

von Bahr Lenaerts

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in