HvJ EU 1 april 2004, C-99/02, ECLI:EU:C:2004:207

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C-99/02

Commissie van de Europese Gemeenschappen

tegen

Italiaanse Republiek

„Niet-nakoming – Staatssteun – Artikel 88, lid 2, tweede alinea, EG – Steun die onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt – Verplichting tot terugvordering – Volstrekte onmogelijkheid van uitvoering”

Samenvatting van het arrest

1. Beroep wegens niet-nakoming – Niet-inachtneming van beschikking waarbij Commissie vaststelt dat staatssteun onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt – Verweermiddelen – Volstrekte onmogelijkheid van uitvoering

(Art. 88, lid 2, EG)

2. Steunmaatregelen van de staten – Beschikking waarbij Commissie vaststelt dat steun onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt – Moeilijkheden bij uitvoering – Verplichting van Commissie en lidstaat, samen te werken bij zoeken naar oplossing die Verdrag eerbiedigt

(Art. 10 EG en art. 88, lid 2, EG)

3. Beroep wegens niet-nakoming – Niet-inachtneming van beschikking waarbij Commissie vaststelt dat staatssteun onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt – Verplichting tot terugvordering van toegekende steun – In acht te nemen termijn – Termijn bepaald in niet-uitgevoerde beschikking of vervolgens door Commissie gestelde termijn

(Art. 88, lid 2, tweede alinea, EG)

1. Het enige verweer dat een lidstaat tegen een door de Commissie krachtens artikel 88, lid 2, EG ingesteld beroep wegens niet-nakoming kan aanvoeren, is de volstrekte onmogelijkheid om de beschikking correct uit te voeren.

(cf. punt 16)

2. Een lidstaat die bij de uitvoering van een staatssteunbeschikking van de Commissie op onvoorziene en onvoorzienbare moeilijkheden stuit, of zich bewust wordt van gevolgen die de Commissie niet voor ogen heeft gehad, kan die problemen aan laatstgenoemde voorleggen en daarbij passende wijzigingen van de betrokken beschikking voorstellen. Op grond van de met name in artikel 10 EG tot uitdrukking gebrachte regel dat de lidstaten en de gemeenschapsinstellingen over en weer tot loyale samenwerking verplicht zijn, moeten de Commissie en de lidstaat in een dergelijk geval te goeder trouw samenwerken om met volledige inachtneming van de verdragsbepalingen, inzonderheid die betreffende de steunmaatregelen, de moeilijkheden te overwinnen.

(cf. punt 17)

3. Aangezien artikel 88, lid 2, tweede alinea, EG, anders dan artikel 226 EG, niet voorziet in een precontentieuze procedure en de Commissie derhalve geen met redenen omkleed advies uitbrengt waarin de lidstaten een termijn om te voldoen aan haar beschikking wordt gesteld, kan de in aanmerking te nemen termijn voor de toepassing van artikel 88, lid 2, tweede alinea, EG slechts de termijn zijn die is bepaald in de beschikking tegen de niet-uitvoering waarvan wordt opgekomen of, in voorkomend geval, de vervolgens door de Commissie gestelde termijn.

(cf. punt 24)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 1 april 2004(1)

„Niet-nakoming – Staatssteun – Artikel 88, lid 2, tweede alinea, EG – Steun die onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt – Verplichting tot terugvordering – Volstrekte onmogelijkheid van uitvoering”

verzoekster,

tegen

verweerster,

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

Jann Timmermans Rosas

La Pergola von Bahr

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Italiaans.

Aangehaald in