HvJ EU 18 maart 2004, C-8/02, ECLI:EU:C:2004:161

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑8/02

Ludwig Leichtle

tegen

Bundesanstalt für Arbeit

(verzoek van het Verwaltungsgericht Sigmaringen om een prejudiciële beslissing)

„Vrij verrichten van diensten – Bijstandsregeling voor ambtenaren in geval van ziekte – Thermale kuur in andere lidstaat – Kosten voor logies, maaltijden, reis, kuurbelasting en opstelling van medisch eindrapport – Voorwaarden voor vergoeding – Voorafgaande erkenning van recht op bijstand – Criteria – Rechtvaardiging”

Samenvatting van het arrest

Vrij verrichten van diensten – Beperkingen – Nationale regeling inzake vergoeding van kosten voor in andere lidstaat gevolgde thermale kuur – Vereiste van voorafgaande erkenning van recht – Verlening afhankelijk van absolute noodzaak van behandeling wegens grotere kans op succes in andere lidstaat – Ontoelaatbaarheid – Verlening uitgesloten ingeval met kuur is begonnen vóór beëindiging van gerechtelijke procedure tegen weigeringsbeslissing – Ontoelaatbaarheid – Verlening afhankelijk van voorwaarde dat thermaal kuuroord voorkomt op lijst ad hoc – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Art. 49 EG en 50 EG)

De artikelen 49 EG en 50 EG moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat, die voor de vergoeding van de kosten voor het logies, de maaltijden, de reis, de kuurbelasting en de opstelling van een medisch eindrapport, die zijn gemaakt voor een in een andere lidstaat gevolgde thermale kuur, als voorwaarde stelt dat vooraf erkenning van het recht wordt verkregen, welke slechts wordt verleend voorzover uit een attest van een arts van de openbare gezondheidsdienst of van de controlerend arts blijkt dat de voorgenomen kuur absoluut noodzakelijk is wegens de veel grotere kans op succes in die andere lidstaat.

Deze bepalingen verzetten zich voorts tegen de toepassing van een nationale regeling volgens welke de vergoeding van dergelijke kosten uitgesloten is ingeval de betrokkene de beëindiging van de gerechtelijke procedure die hij had aangespannen tegen een beslissing waarbij de erkenning van het recht op bijstand voor die kosten was geweigerd, niet heeft afgewacht alvorens met de betrokken kuur te beginnen.

De artikelen 49 EG en 50 EG moeten daarentegen aldus worden uitgelegd dat zij zich in beginsel niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat, die voor de vergoeding van dergelijke kosten als voorwaarde stelt dat de kuur in die lidstaat of in een andere lidstaat wordt gevolgd, mits het betrokken kuuroord voorkomt op de lijst van thermale kuuroorden. Het staat echter aan de nationale rechter om zich ervan te vergewissen dat de eventuele voorwaarden voor de opneming van een kuuroord op een dergelijke lijst een objectief karakter hebben en niet tot gevolg hebben dat het verrichten van diensten tussen lidstaten moeilijker wordt dan het verrichten van diensten binnen de betrokken lidstaat.

(cf. punten 51, 59, dictum 1‑3)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 18 maart 2004(1)

„Vrij verrichten van diensten – Bijstandsregeling voor ambtenaren in geval van ziekte – Thermale kuur in andere lidstaat – Kosten voor logies, maaltijden, reis, kuurbelasting en opstelling van medisch eindrapport – Voorwaarden voor vergoeding – Voorafgaande erkenning van recht op bijstand – Criteria – Rechtvaardiging”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 juli 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

Timmermans La Pergola von Bahr

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in