HvJ EU 11 maart 2004, C-496/01, ECLI:EU:C:2004:137

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑496/01

Commissie van de Europese Gemeenschappen

tegen

Franse Republiek

„Niet-nakoming – Frankrijk – Vrij verrichten van diensten – Recht van vestiging – Regeling inzake laboratoria voor medisch-biologische analysen – Voorwaarden voor afgifte van administratieve bedrijfsvergunningen – Exploitatiezetel in Frankrijk”

Samenvatting van het arrest

1. Vrij verkeer van personen – Vrijheid van vestiging – Laboratoria voor medisch-biologische analysen – Verplichting om exploitatiezetel te hebben op nationaal grondgebied – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Art. 43 EG)

2. Vrij verrichten van diensten – Beperkingen – Laboratoria voor medisch-biologische analysen – Verplichting om exploitatiezetel te hebben op nationaal grondgebied – Ontoelaatbaarheid – Rechtvaardiging – Geen

(Art. 49 EG)

3. Vrij verrichten van diensten – Beperkingen – Laboratoria voor medisch-biologische analysen – Weigering van vergoeding van kosten van analysen die zijn uitgevoerd door in andere lidstaten gevestigde laboratoria – Ontoelaatbaarheid – Rechtvaardiging – Geen

(Art. 49 EG)

1. Een lidstaat die aan laboratoria voor medisch-biologische analysen de voorwaarde oplegt, een exploitatiezetel op het nationale grondgebied te hebben om de noodzakelijke bedrijfsvergunning te kunnen verkrijgen, komt de krachtens artikel 43 EG op hem rustende verplichtingen na, wanneer niet is aangetoond hoe de vrijheid van vestiging zou kunnen worden aangetast, hetgeen onder meer het geval zou zijn wanneer een onderdaan van een andere lidstaat of een vennootschap die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat is opgericht en haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging in een andere lidstaat heeft, in de betrokken lidstaat geen laboratorium zou kunnen beheren als filiaal of dochteronderneming van een laboratorium dat hij of zij beheert in een andere lidstaat, of wanneer de betrokken wetgeving van een in een andere lidstaat gevestigd laboratorium zou eisen dat het al zijn activiteiten naar de betrokken lidstaat overbrengt, zodat de in die staat gelegen vestiging geen nevenvestiging meer is, maar de enige exploitatiezetel van de betrokken vennootschap.

(cf. punten 59, 61‑63, 77 en dictum)

2. Door aan in andere lidstaten gevestigde laboratoria voor medisch-biologische analysen de voorwaarde op te leggen, een exploitatiezetel op het nationale grondgebied te hebben om de noodzakelijke bedrijfsvergunning te kunnen verkrijgen, komt een lidstaat de krachtens artikel 49 EG op haar rustende verplichtingen niet na.

De doelstelling, de kwaliteit van de medische diensten op peil te houden, kan een beperking van het vrij verrichten van diensten op het gebied van de laboratoria voor medisch-biologische analysen zeker rechtvaardigen, voorzover zij bijdraagt tot de verwezenlijking van een hoog niveau van gezondheidsbescherming.

De voorwaarde, een exploitatiezetel op het nationale grondgebied te hebben, gaat echter verder dan noodzakelijk is om deze doelstelling te bereiken. De betrokken lidstaat kan immers, in plaats van een exploitatiezetel te eisen en aldus alle grensoverschrijdende prestaties uit te sluiten, van de laboratoria die hun exploitatiezetel in een andere lidstaat hebben, eisen dat zij in het bezit zijn van een vergunning overeenkomstig de nationale wetgeving om, zo zij dit wensen, diensten te kunnen verlenen aan in die andere lidstaat wonende personen, voorzover echter de voorwaarden om een dergelijke vergunning te verkrijgen, geen onnodige herhaling zijn van overeenkomstige wettelijke voorwaarden waaraan reeds in de staat van vestiging is voldaan.

(cf. punten 66, 69‑71, 77 en dictum)

3. Een lidstaat die de vergoeding van kosten van medisch-biologische analysen uitgevoerd door een in een andere lidstaat gevestigd laboratorium voor medisch-biologische analysen uitsluit, komt de krachtens artikel 49 EG op hem rustende verplichtingen niet na.

Een beperking van het vrij verrichten van diensten kan in beginsel gerechtvaardigd zijn voorzover zij erop gericht is een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te verzekeren. De weigering van de ziekenfondsen om de kosten te vergoeden van de analysen die zijn uitgevoerd door laboratoria met exploitatiezetel in een andere lidstaat, gaat echter verder dan hetgeen daartoe objectief noodzakelijk is.

Bij gebreke van harmonisatiemaatregelen staat het gemeenschapsrecht immers niet eraan in de weg dat de lidstaat in het kader van een vergunningsregeling haar niveau van bescherming van de volksgezondheid oplegt aan in een andere lidstaat gevestigde laboratoria voor medisch-biologische analysen die hun diensten willen aanbieden aan personen die bij één van de nationale ziekteverzekeringsstelsels zijn aangesloten.

(cf. punten 91‑93, 95 en dictum)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 11 maart 2004(1)

„Niet-nakoming – Frankrijk – Vrij verrichten van diensten – Recht van vestiging – Regeling inzake laboratoria voor medisch-biologische analysen – Voorwaarden voor afgifte van administratieve bedrijfsvergunningen – Exploitatiezetel in Frankrijk”

verzoekster,

tegen

verweerster,

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 juni 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

Skouris Gulmann Puissochet

Schintgen Colneric

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Frans.

Aangehaald in