HvJ EU 11 december 2003, C-289/02, ECLI:EU:C:2003:669

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Vrij verrichten van diensten – In lidstaat gevestigde advocaat die samenwerkt met in andere lidstaat gevestigde advocaat – Advocatenkosten die door in geding in ongelijk gestelde partij moeten worden vergoed aan in gelijk gestelde partij – Begrenzing»

Conclusie van advocaat-generaal J. Mischo van 18 september 2003 I - 0000

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 december 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

Vrij verrichten van diensten – Advocaten – Richtlijn 77/249 – Vergoeding van advocatenkosten door in geding in ongelijk gestelde partij – Rechtspraak volgens welke honoraria van in andere lidstaten gevestigde advocaten slechts moeten worden vergoed tot voor nationale advocaten geldend tarief – Toelaatbaarheid – Uitsluiting van vergoeding van kosten van plaatselijke advocaat in geval van verplichte samenwerking met dergelijke advocaat – Ontoelaatbaarheid (Art. 49 EG en 50 EG; richtlijn 77/249 van de Raad, art. 4)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 11 december 2003 (1)

„Vrij verrichten van diensten – In lidstaat gevestigde advocaat die samenwerkt met in andere lidstaat gevestigde advocaat – Advocatenkosten die door in geding in ongelijk gestelde partij moeten worden vergoed aan in gelijk gestelde partij – Begrenzing”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van A & R Gastronomie GmbH en de Commissie ter terechtzitting van 19 juni 2003,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 september 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

Jann La Pergola von Bahr

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in