HvJ EU 11 december 2003, C-364/01, ECLI:EU:C:2003:665
Tekst
«Uitlegging van artikelen 48 en 52 EEG-Verdrag (nadien artikelen 48 en 52 EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikelen 39 EG en 43 EG), 67 EEG-Verdrag (nadien artikel 67 EG-Verdrag, ingetrokken bij Verdrag van Amsterdam), 6 en 8 A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikelen 12 EG en 18 EG) – Richtlijnen 88/361/EEG en 90/364/EEG – Successiebelasting – Noodzaak van grensoverschrijdende economische activiteit – Verbod van discriminatie op grond van lidstaat van woonplaats»
Conclusie van advocaat-generaal J. Mischo van 12 december 2002 I - 0000
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 december 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Vrij verkeer van kapitaal – Vrijmaking van kapitaalbewegingen – Richtlijn 88/361 – Werkingssfeer (Richtlijn 88/361 van de Raad, art. 1, lid 1)
2.. Vrij verkeer van kapitaal – Beperkingen – Nationale regeling inzake berekening van successierechten op onroerend goed waarbij op niet-ingezeten eigenaars vóór hun overlijden rustende verplichting om zakelijk recht over te dragen aan degene die economische eigendom heeft, van berekening van waarde van onroerend goed wordt uitgesloten – Ontoelaatbaarheid
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 11 december 2003 (1)
„Uitlegging van artikelen 48 en 52 EEG-Verdrag (nadien artikelen 48 en 52 EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikelen 39 EG en 43 EG), 67 EEG-Verdrag (nadien artikel 67 EG-Verdrag, ingetrokken bij Verdrag van Amsterdam), 6 en 8 A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikelen 12 EG en 18 EG) – Richtlijnen 88/361/EEG en 90/364/EEG – Successiebelasting – Noodzaak van grensoverschrijdende economische activiteit – Non-discriminatie op grond van lidstaat van woonplaats”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de erven van H. Barbier, vertegenwoordigd door P. Kavelaars; de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door C. Wissels als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door R. Lyal en H. M. H. Speyart, ter terechtzitting van 24 oktober 2002,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 december 2002,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
Jann Edward La Pergola
De griffier De president
R. Grass V. Skouris
1 – Procestaal: Nederlands.