HvJ EU 4 december 2003, C-448/01, ECLI:EU:C:2003:651

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Richtlijn 93/36/EEG – Overheidsopdrachten voor leveringen – Begrip economisch voordeligste aanbieding – Gunningscriterium waarbij voorrang wordt gegeven aan stroom uit hernieuwbare energiebronnen – Richtlijn 89/665/EEG – Beroepsprocedures inzake overheidsopdrachten – Onwettige besluiten – Mogelijkheid tot nietigverklaring alleen in geval van wezenlijke invloed op resultaat van aanbestedingsprocedure – Onwettigheid van gunningscriterium – Verplichting tot intrekking van aanbesteding»

Conclusie van advocaat-generaal J. Mischo van 27 februari 2003 I - 0000

Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 4 december 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen – Richtlijn 93/36 – Gunning van opdrachten – Economisch voordeligste aanbieding – Criteria – Levering van stroom uit hernieuwbare energiebronnen – Toelaatbaarheid – Voorwaarden (Richtlijn 93/36 van de Raad, art. 26)

2.. Harmonisatie van wetgevingen – Beroepsprocedures inzake plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor uitvoering van werken – Richtlijn 89/665 – Vaststelling van onwettigheid van gunningscriterium door beroepsinstantie – Verplichting tot intrekking van aanbesteding (Richtlijn 89/665 van de Raad)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 4 december 2003 (1)

„Richtlijn 93/36/EEG – Overheidsopdrachten voor leveringen – Begrip economisch voordeligste aanbieding – Gunningscriterium waarbij voorrang wordt gegeven aan elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen – Richtlijn 89/665/EEG – Beroepsprocedures inzake overheidsopdrachten – Onrechtmatige besluiten – Mogelijkheid tot nietigverklaring enkel in geval van wezenlijke invloed op resultaat van aanbestedingsprocedure – Onrechtmatigheid van gunningscriterium – Verplichting tot intrekking van aanbesteding”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van EVN AG en Wienstrom GmbH, de Republik Österreich, de Oostenrijkse regering en de Commissie, ter terechtzitting van 23 januari 2003,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 februari 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

Skouris Gulmann Puissochet

Schintgen Colneric

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in