HvJ EU 23 oktober 2003, C-4/02, ECLI:EU:C:2003:583

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Toepasselijkheid van artikel 119 EG-Verdrag (de artikelen 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de artikelen 136 EG-143 EG) en artikel 141, leden 1 en 2, EG, alsook richtlijn 86/378/EEG of richtlijn 79/7/EEG – Begrip beloning – Pensioenregeling voor ambtenaren – Berekening van ouderdomspensioen voor deeltijdambtenaren – Ongelijke behandeling ten opzichte van voltijdwerknemers – Indirecte discriminatie op grond van geslacht – Voorwaarden voor mogelijke rechtvaardiging op objectieve gronden die niets van doen hebben met discriminatie op grond van geslacht – Protocol ad artikel 119 EG-Verdrag (thans protocol ad artikel 141 EG) – Werking in tijd»

Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 22 mei 2003 I - 0000

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 23 oktober 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Beloning – Begrip – Stelsel van aan ambtenaren op grond van arbeidsverhouding betaalde ouderdomspensioenen – Daaronder begrepen – Wettelijke regeling die verlaging van pensioenbedrag kan meebrengen voor ambtenaren die althans deel van hun loopbaan in deeltijd hebben gewerkt – Verlaging die vooral vrouwelijke ambtenaren treft – Ontoelaatbaarheid bij gebreke van objectieve rechtvaardigingsgronden [EG-Verdrag, art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG); art. 141, leden 1 en 2, EG)]

2.. Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Nationale wettelijke regeling die vooral vrouwelijke werknemers treft – Ontoelaatbaarheid bij gebreke van objectieve rechtvaardigingsgronden – Beoordeling door nationale rechter – Criteria – Budgettaire overwegingen – Daarvan uitgesloten – Objectieve rechtvaardiging – Wettelijke regeling die ertoe leidt dat ouderdomspensioen van werknemer meer dan evenredig aan zijn perioden van deeltijdarbeid wordt verlaagd – Geen [EG-Verdrag, art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG); art. 141, leden 1 en 2, EG)]

3.. Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Artikel 119 van Verdrag (de artikelen 117-120 van het Verdrag zijn vervangen door de artikelen 136 EG-143 EG) en artikel 141, leden 1 en 2, EG – Toepasselijkheid op uitkeringen van ondernemings- of sectoriële regeling inzake sociale zekerheid – Uitkeringen verschuldigd uit hoofde van arbeidstijdvakken vóór 17 mei 1990 – Uitgesloten bij protocol nr. 2 ad artikel 119 van Verdrag (thans protocol ad artikel 141 EG) – Uitzondering [EG-Verdrag, art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG); protocol nr. 2 ad art. 119 (thans protocol ad art. 141 EG)]

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 23 oktober 2003 (1)

„Sociale politiek – Mannelijke en vrouwelijke werknemers – Gelijke beloning – Toepasselijkheid van artikel 119 EG-Verdrag (de artikelen 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de artikelen 136 EG-143 EG) en artikel 141, leden 1 en 2, EG, alsook richtlijn 86/378/EEG of richtlijn 79/7/EEG – Begrip beloning – Pensioenregeling voor ambtenaren – Berekening van ouderdomspensioen voor deeltijdambtenaren – Ongelijke behandeling ten opzichte van voltijdwerknemers – Indirecte discriminatie op grond van geslacht – Voorwaarden voor mogelijke rechtvaardiging door objectieve redenen die niets van doen hebben met discriminatie op grond van geslacht – Protocol ad artikel 119 EG-Verdrag (thans protocol ad artikel 141 EG) – Werking in tijd”

en

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van S. Becker, vertegenwoordigd door H. Schröder, Justiziar, en A. Kähler, en de Commissie, vertegenwoordigd door F. Hoffmeister als gemachtigde, ter terechtzitting van 6 maart 2003,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 mei 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

La Pergola Jann von Bahr

De griffier De president

R. Grass V. Skouris

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in