HvJ EU 23 oktober 2003, C-408/01, ECLI:EU:C:2003:582
Tekst
«Richtlijn 89/104/EEG – Artikel 5, lid 2 – Bekende merken – Bescherming tegen gebruik van teken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten – Mate van overeenstemming van merk en teken – Uitwerking op publiek – Teken dat wordt opgevat als versiering»
Conclusie van advocaat-generaal F. G. Jacobs van 10 juli 2003 I - 0000
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 23 oktober 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Bekend merk – Bevoegdheid om bescherming te verruimen tot niet-soortgelijke waren of diensten (artikel 5, lid 2, van richtlijn) – Verplichting voor lidstaten die deze bevoegdheid uitoefenen, om ook in die bescherming te voorzien in geval van gebruik van teken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten (Richtlijn 89/104 van de Raad, art. 5, lid 2)
2.. Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Bekend merk – Bescherming verruimd tot niet-soortgelijke waren of diensten (artikel 5, lid 2, van richtlijn) – Vereiste mate van overeenstemming van bekend merk en jonger teken (Richtlijn 89/104 van de Raad, art. 5, lid 2)
3.. Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Bekend merk – Bescherming verruimd tot niet-soortgelijke waren of diensten (artikel 5, lid 2, van richtlijn) – Jonger teken door in aanmerking komend publiek opgevat als versiering – Invloed (Richtlijn 89/104 van de Raad, art. 5, lid 2)
ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 23 oktober 2003 (1)
„Richtlijn 89/104/EEG – Artikel 5, lid 2 – Bekende merken – Bescherming tegen gebruik van teken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten – Mate van overeenstemming tussen merk en teken – Uitwerking op publiek – Teken opgevat als versiering”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Adidas-Salomon AG en Adidas Benelux BV, vertegenwoordigd door C. Gielen; Fitnessworld Trading Ltd, vertegenwoordigd door D. J. G. Visser; de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door K. Manji als gemachtigde, bijgestaan door M. Tappin, en de Commissie, vertegenwoordigd door N. B. Rasmussen, bijgestaan door F. Tuytschaever, advocaat, ter terechtzitting van 3 april 2003,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 juli 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
Puissochet Gulmann Macken
Colneric Cunha Rodrigues
De griffier De president
R. Grass V. Skouris
1 – Procestaal: Nederlands.
Aangehaald in
- Gerecht EU 11 december 2014, T-480/12, ECLI:EU:T:2014:1062
- HvJ EU 10 december 2015, C-603/14, ECLI:EU:C:2015:807
- Conclusie A-G van Peursem 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1422
- HvJ EU 30 mei 2018, C-85/16, ECLI:EU:C:2018:349
- Gerecht EU 1 maart 2018, T-629/16, ECLI:EU:T:2018:108
- Conclusie A-G Drijber 12 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:244
- HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1654
- Gerecht EU 12 november 2014, T-524/11, ECLI:EU:T:2014:944