HvJ EU 2 oktober 2003, C-172/01, ECLI:EU:C:2003:534

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Hogere voorziening – EGKS-Verdrag – Afwijzing van klacht betreffende discriminerende aankoopprijzen en onrechtmatige royalty's – Bevoegdheid van Commissie»

Conclusie van advocaat-generaal S. Alber van 8 mei 2003 I - 0000

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 2 oktober 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. EGKS – Bepalingen betreffende discriminaties met betrekking tot prijs en andere aankoopvoorwaarden – Bevoegdheid van Commissie (EGKS-Verdrag, art. 4, sub b, en 63, lid 1)

2.. EGKS – Bepalingen betreffende mededingingsregelingen en misbruik van machtspositie – Bevoegdheid van Commissie (EGKS-Verdrag, art. 4, sub d, en 66, lid 7)

3.. EGKS – Bepalingen betreffende discriminaties met betrekking tot prijs en andere aankoopvoorwaarden – Bepalingen betreffende mededingingsregelingen en misbruik van machtspositie – Ontbreken van verjaringsregel betreffende uitoefening van bevoegdheid door Commissie – Inachtneming van vereisten inzake rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen – Beslissing op klacht betreffende verschillende jaren vóór indiening ervan begane overtreding waarover in verleden andere klacht is ingediend die Commissie niet heeft willen onderzoeken – Schending van genoemde vereisten – Daarvan uitgesloten – Voorwaarden (EGKS-Verdrag, art. 63, lid 1, en 66, lid 7)

4.. Hogere voorziening – Middelen – Rechtsoverwegingen van arrest die gemeenschapsrecht schenden – Dictum gebaseerd op andere rechtsoverwegingen – Afwijzing

5.. Beroep tot nietigverklaring – Middelen – Ontbreken van of ontoereikende motivering – Kennelijk verkeerde beoordeling – Arrest houdende nietigverklaring dat noodzakelijk onderscheid tussen twee middelen niet maakt – Arrest dat blijk geeft van onjuiste rechtsopvatting (EGKS-Verdrag, art. 33)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 2 oktober 2003 (1)

„Hogere voorziening – EGKS-Verdrag – Afwijzing van klacht betreffende discriminerende aankoopprijzen en onrechtmatige royalty's – Bevoegdheid van Commissie”

rekwiranten,

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 8 mei 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

Wathelet Edward La Pergola

Jann Rosas

De griffier De president van de Vijfde kamer

R. Grass M. Wathelet

1 – Procestaal: Engels.

Aangehaald in