HvJ EU 30 september 2003, C-405/01, ECLI:EU:C:2003:515
Tekst
«Vrij verkeer van werknemers – Artikel 39, lid 4, EG – Betrekkingen in overheidsdienst – Kapiteins en eerste stuurmannen op koopvaardijschepen – Toekenning van bevoegdheden van openbaar gezag aan boord – Betrekkingen voorbehouden aan onderdanen van vlagstaat – Betrekkingen op voorwaarde van wederkerigheid toegankelijk voor onderdanen van andere lidstaten»
Conclusie van advocaat-generaal C. Stix-Hackl van 12 juni 2003 I - 0000
Arrest van het Hof van 30 september 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Vrij verkeer van personen – Afwijkingen – Betrekkingen in overheidsdienst – Begrip – Kapitein en eerste stuurman op koopvaardijschepen – Daaronder begrepen – Voorwaarden (Art. 39, lid 4, EG)
2.. Vrij verkeer van personen – Afwijkingen – Bescherming van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid – Algemene uitsluiting van onderdanen van andere lidstaten van toegang tot betrekkingen van kapitein en eerste stuurman op koopvaardijschepen – Ontoelaatbaarheid (Art. 39, lid 3, EG)
3.. Lidstaten – Verplichtingen – Uitvoering van gemeenschapsrecht – Voorwaarde van wederkerigheid – Ontoelaatbaarheid
4.. Vrij verkeer van personen – Werknemers – Toegang van onderdanen van andere lidstaten tot betrekkingen van kapitein en eerste stuurman op koopvaardijschepen onderworpen aan voorwaarde van wederkerigheid – Ontoelaatbaarheid (Art. 39 EG)
ARREST VAN HET HOF 30 september 2003 (1)
„Vrij verkeer van werknemers – Artikel 39, lid 4, EG – Betrekkingen in overheidsdienst – Kapiteins en eerste stuurmannen op koopvaardijschepen – Toekenning van bevoegdheden van openbaar gezag aan boord – Aan onderdanen van de vlagstaat voorbehouden betrekkingen – Voor onderdanen van andere lidstaten op voorwaarde van wederkerigheid toegankelijke betrekkingen”
en
HET HOF VAN JUSTITIE,,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van verweerster in het hoofdgeding en van de Spaanse regering, vertegenwoordigd door N. Díaz Abad; de Duitse regering, vertegenwoordigd door M. Lumma als gemachtigde; de Griekse regering, vertegenwoordigd door E.-M. Mamouna; de Franse regering, vertegenwoordigd door G. de Bergues en C. Bergeot-Nunes, en de Commissie, vertegenwoordigd door I. Martínez del Peral en H. Kreppel als gemachtigde, ter terechtzitting van 21 januari 2003,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 juni 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE,
Rodríguez Iglesias Puissochet Wathelet
Schintgen Timmermans Gulmann
Edward La Pergola Jann
Skouris Macken Colneric
von Bahr Cunha Rodrigues Rosas
De griffier De president
R. Grass G. C. Rodríguez Iglesias
1 – Procestaal: Spaans.