HvJ EU 23 september 2003, C-452/01, ECLI:EU:C:2003:493
Tekst
«Vrij verkeer van kapitaal – Artikel 73 B EG-Verdrag (thans artikel 56 EG) – Artikel 40 van en bijlage XII bij EER-Overeenkomst – Procedure van voorafgaande vergunning voor verwerving van landbouw- en bosbouwgrond – Toelaatbaarheid – Voorwaarden»
Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 10 april 2003 I - 0000
Arrest van het Hof van 23 september 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Vrij verkeer van kapitaal – Beperkingen op verkrijging van landbouw- en bosbouwgrond tegengeworpen aan onderdanen van lidstaten van Europese Economische Ruimte – Toetsing aan Overeenkomst betreffende Europese Economische Ruimte – Juridische draagwijdte identiek aan die van gemeenschapsbepalingen [EG-Verdrag, art. 73 B (thans art. 56 EG); EER-Overeenkomst, art. 40 en bijlage XII]
2.. Vrij verkeer van kapitaal – Beperkingen op verkrijging van onroerende goederen – Stelsel van voorafgaande vergunning voor verwerving van landbouwgrond – Toelaatbaarheid – Grenzen – Ontoelaatbaarheid van voorwaarden van verblijf en persoonlijke exploitatie [EG-Verdrag, art. 73 B, 73 C, 73 D, 73 F en 73 G (thans art. 56 EG, 57 EG, 58 EG, 59 EG en 60 EG]
ARREST VAN HET HOF 23 september 2003 (1)
„Vrij verkeer van kapitaal – Artikel 73 B EG-Verdrag (thans artikel 56 EG) – Artikel 40 en bijlage XII EER-overeenkomst – Procedure van voorafgaande vergunning voor verwerving van landbouw- en bosbouwgrond – Toelaatbaarheid – Voorwaarden”
en
HET HOF VAN JUSTITIE,,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van M. Ospelt en de Schlössle Weissenberg Familienstiftung, vertegenwoordigd door C. Hopp; de Oostenrijkse regering, vertegenwoordigd door P. Kustor en H. Kraft als gemachtigden; de Noorse regering, vertegenwoordigd door I. Holten; de Commissie, vertegenwoordigd door G. Braun en M. Patakia, en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door E. Wright en D. Sif Tynes, ter terechtzitting van 7 januari 2003,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 april 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE,
Rodríguez Iglesias Puissochet Wathelet
Schintgen Timmermans Gulmann
Edward La Pergola Jann
Skouris Macken Colneric
von Bahr Cunha Rodrigues Rosas
De griffier De president
R. Grass G. C. Rodríguez Iglesias
1 – Procestaal: Duits.
Aangehaald in
- HvJ EU 6 maart 2018, C-52/16, ECLI:EU:C:2018:157
- HvJ EU 2 april 2020, C-897/19, ECLI:EU:C:2020:262
- HvJ EU 24 november 2016, C-464/14, ECLI:EU:C:2016:896
- Conclusie A-G Drijber 2 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:118
- HvJ EU 18 januari 2024, C-562/22, ECLI:EU:C:2024:55
- HvJ EU 11 juni 2020, C-206/19, ECLI:EU:C:2020:463
- HvJ EU 13 november 2025, C-142/24, ECLI:EU:C:2025:873