HvJ EU 11 september 2003, C-155/01, ECLI:EU:C:2003:449

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Zesde BTW-richtlijn – Geleasde motorvoertuigen – Belastbare handelingen – Eigen gebruik – Artikel 17, leden 6 en 7 – Uitsluitingen waarin nationale wettelijke regeling ten tijde van inwerkingtreding van richtlijn voorzag»

Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 10 oktober 2002 I - 0000

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 september 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Belastbare handelingen – Onderwerping aan belasting van in andere lidstaten verrichte diensten ingeval geen recht op aftrek bestaat indien deze diensten in eigen land worden verricht – Ontoelaatbaarheid (Richtlijn 77/388 van de Raad)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 11 september 2003 (1)

„Zesde BTW-richtlijn – Geleasde motorvoertuigen – Belastbare handelingen – Eigen gebruik – Artikel 17, leden 6 en 7 – Uitsluitingen waarin nationale wetgeving ten tijde van inwerkingtreding van richtlijn voorzag”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport van de rechter-rapporteur,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 oktober 2002,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

Wathelet Jann Rosas

De griffier De president van de Eerste kamer

R. Grass M. Wathelet

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in