HvJ EU 9 september 2003, C-25/02, ECLI:EU:C:2003:435

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Gelijke behandeling van mannen en vrouwen – Richtlijnen 86/457/EEG en 93/16/EEG – Verplichting om aantal voltijdse opleidingsperioden te volbrengen in kader van deeltijdse opleiding in huisartsgeneeskunde»

Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 6 februari 2003 I - 0000

Arrest van het Hof van 9 september 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Grondrechten – Verbod van discriminatie op grond van geslacht – Voorwaarde voor wettigheid van gemeenschapshandelingen

2.. Vrij verkeer van personen – Vrijheid van vestiging – Vrij verrichten van diensten – Artsen – Richtlijnen 86/457 en 93/16 – Specifieke opleiding in huisartsgeneeskunde – Vereiste van bepaald aantal voltijdse opleidingsperioden – Toetsing aan verbod van indirecte discriminatie op grond van geslacht – Toelaatbaarheid (Richtlijnen van de Raad 76/207, 86/457, art. 5, lid 1, en 93/16, art. 34, lid 1)

ARREST VAN HET HOF 9 september 2003 (1)

„Gelijke behandeling van mannen en vrouwen – Richtlijnen 86/457/EEG en 93/16/EEG – Verplichting om aantal voltijdse opleidingsperioden te volbrengen in kader van deeltijdse opleiding in huisartsgeneeskunde”

en

HET HOF VAN JUSTITIE,,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van K. Rinke, de Raad en de Commissie ter terechtzitting van 12 november 2002,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 februari 2003,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE,

Rodríguez Iglesias Puissochet Wathelet

Schintgen Timmermans Gulmann

Edward La Pergola Jann

Skouris Macken Colneric

von Bahr Cunha Rodrigues Rosas

De griffier De president

R. Grass G. C. Rodríguez Iglesias

1 – Procestaal: Duits.

Aangehaald in