HvJ EU 10 juli 2003, C-15/00, ECLI:EU:C:2003:396

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Europese Investeringsbank (EIB) – Besluit van directie – Beroep tot nietigverklaring – Bevoegdheid van Hof – Artikel 237 EG – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschappen – Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordeningen (EG) nr. 1073/1999 en (Euratom) nr. 1074/1999 – Toepasselijkheid op EIB – Excepties van onwettigheid – Onafhankelijkheid van EIB – Rechtsgrondslagen – Artikelen 280 EG en 203 EA – Evenredigheid – Motivering»

Conclusie van advocaat-generaal F. G. Jacobs van 3 oktober 2002 I - 0000

Arrest van het Hof van 10 juli 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. Europese Investeringsbank – Interne organisatiebevoegdheid – Besluit inzake nadere regels voor samenwerking met Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Bevoegdheid van Raad van gouverneurs (Statuten van de Europese Investeringsbank, art. 9, lid 3, sub h, en art. 13, lid 3)

2.. Beroep tot nietigverklaring – Voor beroep vatbare handelingen – Handelingen van Europese Investeringsbank – Handelingen vallend binnen bevoegdheidssfeer van Raad van gouverneurs – Daaronder begrepen – Vaststelling door ander orgaan van EIB – Geen invloed (Art. 237, sub b, EG)

3.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Werkingssfeer – Europese Investeringsbank – Daaronder begrepen (Verordeningen van het Europees Parlement en de Raad nr. 1073/1999, art. 1, lid 3, en nr. 1074/1999, art. 1, lid 3)

4.. Europese Investeringsbank – Autonomie – Draagwijdte (Art. 267 EG)

5.. Europese Investeringsbank – Controles die op EIB kunnen worden uitgeoefend – Differentiatie naar gelang van voorwerp van controles – Controle van rekeningen en financieel beheer die toepassing van verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 betreffende onderzoeken door Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) niet uitsluit (Art. 248, leden 1 en 3, EG en art. 280 EG; Statuten van de Europese Investeringsbank, art.14; art. 203 EA; verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 van het Europees Parlement en de Raad)

6.. Europese Investeringsbank – Autonomie – Toepassing van verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 betreffende onderzoeken door Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verenigbaarheid (Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 van het Europees Parlement en de Raad)

7.. Financiële bepalingen – Financiële belangen van Gemeenschap – Begrip – Ontvangsten en uitgaven van Europese Investeringsbank – Daaronder begrepen (Art. 280 EG)

8.. Financiële bepalingen – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschap – Artikel 280 EG – Doel – Draagwijdte – Vaststelling van normatieve maatregelen die bedoeld zijn om binnen communautaire instellingen, organen en instanties te gelden – Daaronder begrepen (Art. 280 EG)

9.. Handelingen van de instellingen – Keuze van rechtsgrondslag – Verordening nr. 1074/1999 betreffende onderzoeken door Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Artikel 203 EA (Art. 183 A EA en 203 EA; verordening nr. 1074/1999 van de Raad)

10.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Schending van evenredigheidsbeginsel doordat Europese Investeringsbank binnen werkingssfeer van deze verordeningen is gebracht – Geen (Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 van het Europees Parlement en de Raad)

11.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Schending door besluit van directie van Europese Investeringsbank van 10 november 1999 inzake samenwerking met OLAF (Verordeningen nrs. 1073/1999 en 1074/1999 van het Europees Parlement en de Raad; besluit van de directie van de Europese Investeringsbank van 10 november 1999)

ARREST VAN HET HOF 10 juli 2003 (1)

„Investeringsbank (EIB) – Besluit van directie – Beroep tot nietigverklaring – Bevoegdheid van Hof – Artikel 237 EG – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschappen – Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordeningen (EG) nr. 1073/1999 en (Euratom) nr. 1074/1999 – Toepasselijkheid op EIB – Excepties van onwettigheid – Onafhankelijkheid van EIB – Rechtsgrondslagen – Artikelen 280 EG en 203 EA – Evenredigheid – Motivering”

verzoekster,

interveniënten,

tegen

verweerster,

HET HOF VAN JUSTITIE,,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 oktober 2002,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE,

Rodríguez Iglesias Puissochet Wathelet

Schintgen Gulmann Edward

La Pergola Jann Skouris

Macken Colneric von Bahr

Rosas

De griffier De president

R. Grass G. C. Rodríguez Iglesias

1 – Procestaal: Frans.

Aangehaald in