HvJ EU 10 juli 2003, C-11/00, ECLI:EU:C:2003:395
Tekst
«Europese Centrale Bank (ECB) – Besluit 1999/726/EG betreffende preventie van fraude – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschappen – Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordening (EG) nr. 1073/1999 – Toepasselijkheid op ECB – Excepties van onwettigheid – Ontvankelijkheid – Onafhankelijkheid van ECB – Artikel 108 EG – Rechtsgrondslag – Artikel 280 EG – Raadpleging van ECB – Artikel 105, lid 4, EG – Evenredigheid»
Conclusie van advocaat-generaal F. G. Jacobs van 3 oktober 2002 I - 0000
Arrest van het Hof van 10 juli 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordening nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Werkingssfeer – Europese Centrale Bank – Daaronder begrepen (Verordening nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad, art. 1, lid 3)
2.. Exceptie van onwettigheid – Handelingen ten aanzien waarvan exceptie van onwettigheid kan worden opgeworpen – Verordening nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Communautaire normatieve handeling die niet is gericht tot gemeenschapsorgaan dat zich op onwettigheid ervan beroept – Ontvankelijkheid (Art. 230 EG en 241 EG)
3.. Financiële bepalingen – Financiële belangen van Gemeenschap – Begrip – Ontvangsten en uitgaven van Europese Centrale Bank – Daaronder begrepen (Art. 280 EG)
4.. Financiële bepalingen – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschap – Artikel 280 EG – Doel – Draagwijdte – Vaststelling van normatieve maatregelen die bedoeld zijn om binnen communautaire instellingen, organen en instanties te gelden – Daaronder begrepen (Art. 280 EG)
5.. Europese Centrale Bank – Verplichting ECB te raadplegen voordat onder haar bevoegdheid vallende handeling wordt vastgesteld – Werkingssfeer – Maatregelen tot bestrijding van fraude die financiële belangen van Gemeenschap schaadt – Daarvan uitgesloten (Art. 105, lid 4, EG; verordening nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad)
6.. Europese Centrale Bank – Onafhankelijkheid – Draagwijdte – Normatieve maatregelen van gemeenschapswetgever die op ECB van toepassing kunnen zijn – Toelaatbaarheid – Voorwaarden (Art. 108 EG: Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken)
7.. Europese Centrale Bank – Onafhankelijkheid – Toepassing van verordening nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verenigbaarheid (Verordening nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad; besluit 1999/352 van de Commissie)
8.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordening nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Schending van evenredigheidsbeginsel doordat Europese Centrale Bank binnen werkingssfeer van deze verordening is gebracht – Geen (Verordening nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad)
9.. Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordening nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door OLAF – Schending door besluit 1999/726 van Europese Centrale Bank betreffende preventie van fraude (Verordening nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad; besluit 1999/726 van de Europese Centrale bank)
ARREST VAN HET HOF 10 juli 2003 (1)
„Europese Centrale Bank (ECB) – Besluit 1999/726/EG betreffende preventie van fraude – Bescherming van financiële belangen van Gemeenschappen – Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) – Verordening (EG) nr. 1073/1999 – Toepasselijkheid op ECB – Excepties van onwettigheid – Ontvankelijkheid – Onafhankelijkheid van ECB – Artikel 108 EG – Rechtsgrondslag – Artikel 280 EG – Raadpleging van ECB – Artikel 105, lid 4, EG – Evenredigheid”
verzoekster,
interveniënten,
tegen
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE,,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 oktober 2002,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE,
Rodríguez Iglesias Puissochet Wathelet
Schintgen Gulmann Edward
La Pergola Jann Skouris
Macken Colneric von Bahr
Rosas
De griffier De president
R. Grass G. C. Rodríguez Iglesias
1 – Procestaal: Frans.
Aangehaald in
- HvJ EU 16 juni 2015, C-62/14, ECLI:EU:C:2015:400
- HvJ EU 25 februari 2021, C-615/19, ECLI:EU:C:2021:133
- HvJ EU 11 december 2018, C-493/17, ECLI:EU:C:2018:1000
- Gerecht EU 23 mei 2019, T-107/17, ECLI:EU:T:2019:353
- Gerecht EU 6 juli 2022, T-631/20, ECLI:EU:T:2022:426
- Gerecht EU 12 december 2019, T-527/16, ECLI:EU:T:2019:856
- HvJ EU 8 juni 2023, C-545/21, ECLI:EU:C:2023:451
- Gerecht EU 20 juli 2016, T-483/13, ECLI:EU:T:2016:421
- HvJ EU 13 september 2022, C-45/21, ECLI:EU:C:2022:670