HvJ EU 26 juni 2003, C-422/01, ECLI:EU:C:2003:380
Tekst
«Aanvullende pensioenverzekering via kapitalisatie – Afsluiting bij in andere lidstaat gevestigde maatschappij – Verschil in fiscale behandeling – Verenigbaarheid met artikel 49 EG»
Conclusie van advocaat-generaal P. Léger van 3 april 2003 I - 0000
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 26 juni 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
Vrij verrichten van diensten – Beperkingen – Fiscale wetgeving – Ongelijke behandeling van in andere lidstaten afgesloten aanvullende pensioenverzekeringen – Ontoelaatbaarheid (Art. 49 EG)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 26 juni 2003 (1)
„Aanvullende pensioenverzekering via kapitalisatie – Afsluiting bij in andere lidstaat gevestigde maatschappij – Verschil in fiscale behandeling – Verenigbaarheid met artikel 49 EG”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Försäkringsaktiebolaget Skandia (publ) en O. Ramstedt, vertegenwoordigd door J.-M. Bexhed; Riksskatteverket, vertegenwoordigd door G. Bäck als gemachtigde; de Zweedse regering, vertegenwoordigd door A. Kruse en door K. Wistrand als gemachtigde; de Commissie, vertegenwoordigd door C. Tufvesson en R. Lyal, en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door E. Wright en P. A. Bjørgan, ter terechtzitting van 30 januari 2003,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 april 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
Wathelet Timmermans La Pergola
Jann Rosas
De griffier De president van de Vijfde kamer
R. Grass M. Wathelet
1 – Procestaal: Zweeds.