HvJ EU 15 mei 2003, C-266/01, ECLI:EU:C:2003:282

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Executieverdrag – Artikel 1 – Toepassingsgebied – Begrip burgerlijke en handelszaken – Begrip douanezaken – Vordering gebaseerd op borgtochtovereenkomst tussen staat en verzekeringsmaatschappij – Overeenkomst gesloten ter vervulling van voorwaarde die staat krachtens artikel 6 van TIR-overeenkomst stelt aan vervoerdersorganisaties als hoofdschuldenaars»

Conclusie van advocaat-generaal P. Léger van 5 december 2002 I - 0000

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 15 mei 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen – Toepassingsgebied – Burgerlijke en handelszaken – Begrip burgerlijke en handelszaken – Vordering ingesteld door staat en strekkende tot uitvoering van borgtochtovereenkomst gesloten ter vervulling van aan derde contractpartij gestelde voorwaarde – Daaronder begrepen – Voorwaarden – Begrip douanezaken – Vordering ingesteld door staat en strekkende tot uitvoering van borgtochtovereenkomst ter garantie van douaneschuld – Daarvan uitgesloten – Criteria (Executieverdrag van 27 september 1968, art. 1, eerste alinea)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 15 mei 2003 (1)

„Executieverdrag – Artikel 1 – Toepassingsgebied – Begrip burgerlijke en handelszaken – Begrip douanezaken – Vordering gebaseerd op borgtochtovereenkomst tussen staat en verzekeringsmaatschappij – Overeenkomst gesloten ter vervulling van voorwaarde die staat krachtens artikel 6 van TIR-overeenkomst stelt aan vervoerdersorganisaties als hoofdschuldenaars”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van Préservatrice foncière TIARD SA, vertegenwoordigd door R. S. Meijer, advocaat; de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door N. A. J. Bel als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door A.-M. Rouchaud en H. van Vliet, ter terechtzitting van 17 oktober 2002,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 5 december 2002,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),

Wathelet Edward La Pergola

Jann Rosas

De griffier De president van de Vijfde kamer

R. Grass M. Wathelet

1 – Procestaal: Nederlands.

Aangehaald in