HvJ EU 8 mei 2003, C-14/02, ECLI:EU:C:2003:265

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

«Vrij verkeer van goederen – Alarmsystemen en -centrales – Uitlegging van artikelen 28 EG en 30 EG – Uitlegging van richtlijnen 73/23/EEG, 89/336/EEG en 1999/5/EG – Toelaatbaarheid van nationale wettelijke regeling die in handel brengen onderwerpt aan procedure van voorafgaande goedkeuring»

Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 12 december 2002 I - 0000

Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 8 mei 2003 I - 0000

Samenvatting van het arrest

1.. Harmonisatie van wetgevingen – Elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen – Richtlijn 73/23 – Elektromagnetische compatibiliteit – Richtlijn 89/336 – Radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en wederzijdse erkenning van conformiteit ervan – Richtlijn 1999/5 – Volledige harmonisatie – Nationale bepalingen die in handel brengen van alarmsystemen en -centrales onderwerpen aan stelsel van voorafgaande goedkeuring hoewel deze aan bepalingen van richtlijn voldoen – Ontoelaatbaarheid (Richtlijn 1999/5 van het Europees Parlement en de Raad, art. 6 en 8; richtlijnen van de Raad 73/23, art. 3, en 89/336, art. 5)

2.. Vrij verkeer van goederen – Kwantitatieve beperkingen – Maatregelen van gelijke werking – Nationale regeling in andere lidstaat die rechtmatig vervaardigde en in handel gebrachte goederen aan aanvullende controles onderwerpt – Rechtvaardiging – Voorwaarden en grenzen (Art. 28 EG en 30 EG)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 8 mei 2003 (1)

„Vrij verkeer van goederen – Alarmsystemen en -centrales – Uitlegging van artikelen 28 EG en 30 EG – Uitlegging van richtlijnen 73/23/EEG, 89/336/EEG en 1999/5/EG – Toelaatbaarheid van nationale wettelijke regeling die in handel brengen onderwerpt aan procedure van voorafgaande goedkeuring”

en

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van ATRAL SA, vertegenwoordigd door E. de Cannart d'Hamale en B. Raevens, avocats; de Belgische Staat, vertegenwoordigd door L. Defalque, avocat; de Franse regering, vertegenwoordigd door R. Loosli-Surrans als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door X. Lewis als gemachtigde, bijgestaan door B. van de Walle de Ghelcke, avocat, ter terechtzitting van 3 oktober 2002,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 december 2002,

het navolgende

HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),

Puissochet Schintgen Skouris

Macken Cunha Rodrigues

De griffier De president van de Zesde kamer

R. Grass J.-P. Puissochet

1 – Procestaal: Frans.

Aangehaald in