HvJ EU 8 mei 2003, C-438/00, ECLI:EU:C:2003:255
Tekst
«Externe betrekkingen – Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije – Artikel 38, lid 1 – Vrij verkeer van werknemers – Non-discriminatiebeginsel – Handbal – Beperking van aantal beroepsspelers uit derde landen dat bij kampioenschap van sportfederatie door team kan worden opgesteld»
Conclusie van advocaat-generaal C. Stix-Hackl van 11 juli 2002 I - 0000
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 8 mei 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Internationale overeenkomsten – Overeenkomsten van Gemeenschap – Rechtstreekse werking – Artikel 38, lid 1, eerste streepje, van Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije (Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije, art. 38, lid 1, eerste streepje)
2.. Internationale overeenkomsten – Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije – Werknemers – Gelijke behandeling – Arbeidsvoorwaarden – Artikel 38, lid 1, eerste streepje, van overeenkomst – Werkingssfeer – Regel door sportfederatie vastgesteld betreffende voorwaarden waaronder beroepssporters activiteit in loondienst kunnen verrichten – Daaronder begrepen (Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije, art. 38, lid 1, eerste streepje)
3.. Internationale overeenkomsten – Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije – Werknemers – Gelijke behandeling – Arbeidsvoorwaarden – Regel door sportfederatie vastgesteld die deelname van beroepsspelers uit derde landen beperkt tot bepaalde wedstrijden – Ontoelaatbaarheid (Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije, art. 38, lid 1, eerste streepje)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 8 mei 2003 (1)
„Externe betrekkingen – Associatieovereenkomst Gemeenschappen-Slowakije – Artikel 38, lid 1 – Vrij verkeer van werknemers – Non-discriminatiebeginsel – Handbal – Beperking van aantal onderdanen van derde landen dat bij kampioenschap van sportfederatie door team als beroepsspeler kan worden opgesteld”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Deutscher Handballbund eV, vertegenwoordigd door R. Jersch; M. Kolpak, vertegenwoordigd door M. Schlüter, Rechtsanwalt; de Griekse regering, vertegenwoordigd door V. Pelekou en S. Spyropoulos als gemachtigden; de Spaanse regering, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta; de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Aiello, avvocato dello Stato, en de Commissie, vertegenwoordigd door M.-J. Jonczy en H. Kreppel, ter terechtzitting van 20 juni 2002,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 juli 2002,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
Edward La Pergola Jann
von Bahr Rosas
De griffier De president van de Vijfde kamer
R. Grass M. Wathelet
1 – Procestaal: Duits.