Motie 32213-(R1903)-37 Leerdam c.s. over een regeling zoals bedoeld in artikel 38 van het Statuut
Motie, 14 april 2010
Indieners: J.A.W.J. Leerdam, J.W. Remkes, W. van Gent, B.J. van Bochove
Dossier 32213-(R1903)
verzoekt de rijksministerraad te bevorderen dat de Nederlandse regering met de landen Curaçao en Sint-Maarten een onderlinge regeling zal treffen als bedoeld in artikel 38 van het Statuut, die in ieder geval inhoudt: – dat Curaçao en Sint-Maarten zich zullen blijven inspannen, de normen genoemd in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint-Maarten na te leven; – dat de regeringen van Curaçao en Sint-Maarten na het beëindigen van het financiële toezicht op grond van de genoemde rijkswet jaarlijks uiterlijk op 31 augustus een afschrift van de vastgestelde jaarrekening over het voorafgaande jaar aan de rijksministerraad zullen zenden; – dat de beide regeringen de rijksministerraad desgevraagd alle inlichtingen zullen verschaffen die de rijksministerraad nodig acht om de naleving van bovengenoemde normen en de financiële positie van het betrokken land te beoordelen; verzoekt de rijksministerraad tevens te bevorderen dat, als wordt vastgesteld dat het land Curaçao of Sint-Maarten verwijtbaar niet meer voldoet aan de normen zoals genoemd in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint-Maarten, bij algemene maatregel van rijksbestuur op grond van artikel 51 van het Statuut, financieel toezicht langs de lijnen van de genoemde Rijkswet financieel toezicht geheel of gedeeltelijk wordt ingesteld en de Kamer hier vooraf over te informeren
Stemming: aangenomen
- Voor: CDA, PvdA, SP, VVD, GL, ChristenUnie, D66, PvdD, SGP, Verdonk
- Tegen: PVV