Motie 25295-594 Dijkhoff c.s. over aanpassing van de bestaande coronawerkafspraken ten aanzien van de werkwijze van hoofdelijke stemmingen

Motie, 30 september 2020

Indieners: K.H.D.M. Dijkhoff, L.F. Asscher, P.E. (Pieter) Heerma, L.M.C. Marijnissen, J.F. Klaver, H.C.M. Krol, C.M. van Brenk, G.J.M. Segers, E. Ouwehand, T.H.P. Baudet, W.R. van Haga, R.A.A. Jetten, C.G. van der Staaij, F. Azarkan, F.M. van Kooten-Arissen

Dossier 25295

verzoekt het Presidium, er zorg voor te dragen dat de volgende tekst per direct wordt toegevoegd aan de reeds bestaande coronawerkafspraken d.d. 26 augustus 2020: «Maakt een Kamerlid tijdens een debat gebruik van het individuele recht om een hoofdelijke stemming aan te vragen en is hij/zij van mening dat niet gewacht kan worden tot de eerstvolgende dinsdag, dan wordt hier de eerstvolgende Kamerdag over gestemd. Dit geldt ook ten aanzien van moties van wantrouwen, tenzij de bewindspersoon in kwestie (voorafgaand aan het debat) al kenbaar heeft gemaakt direct na het debat helderheid te willen. Indien het een debat betreft met een deadline, bijvoorbeeld een debat voorafgaand aan een Europese top, dan kan in onderling overleg van deze afspraak afgeweken worden en wel op het moment zelf worden gestemd.»

Stemming: aangenomen